#

Hoe Eurofiber zijn netwerk beheert en onderhoudt

Als ik probeer in te loggen op het bedrijfsnetwerk, krijg ik een melding in mijn scherm waaruit ik kan opmaken dat de systemen er vooralsnog geen zin in hebben. Meerdere collega’s om me heen beginnen onrustig hun bureau op te ruimen of voor de derde keer koffie te halen. Niet lang na mijn inlogpoging horen we dat een breuk in de fysieke glasvezelverbinding die onze organisatie met de rest van de wereld verbindt, de oorzaak is van onze isolatie.

Nieuwsgierig geworden naar de voor mij onbekende wereld achter de toegang tot het wereldwijde web, maak ik een afspraak met Pieter van Genderen, teamleider Network Monitoring Center bij Eurofiber. Het ‘Network Monitoring Center’ – de afdeling die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van het glasvezelnetwerk van Eurofiber – is gevestigd in een grote grijze loods die vanaf de weg niet opvalt. Nadat mijn navigatiesysteem voor de derde keer dringend te kennen heeft gegeven dat ik toch echt mijn bestemming heb bereikt, druk ik op de bel die voor een groot en hoog hek staat. Door het oog van een camera vermoed ik een strenge bewaker die me ongezien aan een inspectie onderwerpt. Ik noem mijn naam en het vervaarlijk uitziende hek gaat met een klik open. Nadat ik mijn auto heb geparkeerd, volgen nog een aantal security checks. “Onze afdelingen zijn gevestigd in een datacenter, daarom is de beveiliging zo streng”, legt Pieter van Genderen glimlachend uit als ik hem even later de hand schud.

Levend organisme

Hij loodst me door het pand naar een ruimte die voor mijn gevoel het midden houdt tussen een beursvloer en de space control room in Houston. Aan de muur hangen schermen die allemaal kaarten, lijnen, getallen en groene en een paar rode meldingen laten zien. Achter de bureaus zitten voornamelijk mannen die druk bezig zijn op meerdere beeldschermen die voor hun neus staan. Iemand zit druk te bellen, terwijl een ander op een drafje de ruimte verlaat. Ik krijg het gevoel in het zenuwcentrum te staan van het internet. Dat klopt ook wel een beetje, zegt Pieter. “Een netwerk moet je zien als een levend organisme, dat heeft voortdurend onderhoud nodig. Er kunnen onderdelen kapot gaan of verouderen. Ook kan het voorkomen dat er door een externe invloed iets gebeurt waardoor ons glasvezelnetwerk niet meer werkt. Bijvoorbeeld als er buiten graafwerkzaamheden plaatsvinden en een graafmachine per ongeluk door een kabel graaft. Of doordat er klanten in een handhole worden aangesloten.” Ik kijk hem vragend aan. “Een handhole is een afgesloten kist onder de grond waar glasvezelkabels bij elkaar komen, aan elkaar worden gelast”, legt hij uit. “We hebben bijna twintigduizend kilometer netwerk in Nederland liggen, maar er zijn nauwelijks kabels van die lengte, dus je moet kabels van kortere lengte ergens met elkaar verbinden. Ook worden handholes gebruikt om klanten op ons netwerk aan te sluiten.” Ah, realiseer ik me, dus de kabel die naar het bedrijf ligt waar ik werk, wordt via zo’n handhole verbonden aan het corenetwerk.

Gelaagd netwerk

Als ik op het netwerk van mijn werk inlog, legt Pieter uit, dan gaat dat over meerdere lagen. “De eerste laag is de fysieke infrastructuur, het glasvezelnetwerk. De tweede laag bestaat uit ethernet switches (apparatuur), en daarop kunnen verschillende protocollen draaien.” Ik kan me voorstellen dat er in alle lagen mogelijke risico’s op storingen of onderbrekingen schuilen en vraag Pieter hoe zijn team ervoor zorgt dat er zo min mogelijk incidenten zijn. Hij wijst naar een groot scherm in de hoek van de controlekamer waarop het gehele netwerk van Eurofiber met grotendeels groene lijnen is ingetekend op de plattegrond van Nederland. Hier en daar kleurt een lijntje rood. “Doordat we heel goed hebben geregistreerd waar ons netwerk ligt, hebben we nu een goed overzicht. Op het moment dat er graafwerkzaamheden plaatsvinden, kunnen we van tevoren aannemers waarschuwen dat ons netwerk daar ligt. Als we niet weten dat er ergens gegraven wordt en er wordt een kabel geraakt, zien we dat direct op dit scherm.” Hoe weet dat scherm dat dan? Pieter legt uit dat lichtpulsen die via een glasvezel worden getransporteerd altijd onderhevig zijn aan demping. “Als deze demping te hoog wordt, bijvoorbeeld omdat er een kabel bekneld ligt, schieten de dempingswaarden buiten de door ons ingestelde tolerantiegrenzen. Het dempingsniveau van ons core netwerk meten we via een remote fiber test systeem. Als de weerstand ergens afwijkt van de verwachting, wordt het lijntje op het scherm rood en gaan er toeters en bellen af. Volgens de dienstverleningsafspraken die we met klanten hebben gemaakt, SLA’s, hebben we dan exact acht uur de tijd om het op te lossen. Doordat we precies weten waar de storing is, kunnen we onze aannemers heel gericht aansturen.” Dat gaat allemaal over de fysieke glasvezelkabels, maar de ethernet switches die bij klanten opgesteld staan (een dienst die Eurofiber Ethernet noemt), worden continu gemonitord, waardoor een storing direct zichtbaar is. “Deze storingen kunnen in de meeste gevallen ook op afstand worden opgelost door in te loggen op de apparatuur.”

Gepland onderhoud

Dan hebben we het dus over incidenten, zaken die niet van tevoren te voorzien zijn. Hoe werkt dat eigenlijk met onderhoud? Dat kun je immers plannen? En kunnen klanten, zoals het bedrijf waar ik werk, dan nog wel werken? Pieter glimlacht en zegt: “Daarom voeren we onderhoud altijd ’s nachts uit, want we willen niet dat onze klanten er last van hebben. Natuurlijk willen onze klanten helemaal niet dat een verbinding eruit ligt, maar soms kan het niet anders, omdat onderhoud nou eenmaal noodzakelijk is. Dat is de paradox tussen een goed netwerk aanleggen en onderhouden en nooit uitval hebben. Dat kan nou eenmaal niet, onderhoud is noodzakelijk voor de kwaliteit van het netwerk en daar kunnen klanten soms last van hebben. We proberen dat natuurlijk wel tot een minimum te beperken.” Als ik vraag hoe ze dat doen, zie ik dat een van de mannen die dichtbij ons achter zijn bureau zit, begint te grijnzen. Pieter vangt zijn blik, wijst en zegt: “Daar komt het customer operations center om de hoek kijken. Zij zijn de schakel met onze klanten en zorgen dat het onderhoud zoveel mogelijk in overleg met hen plaatsvindt. Ook voor alle andere voorkomende zaken zijn, zoals het aansluiten van nieuwe klanten, zijn zij het aanspreekpunt voor onze klanten.” Ik knik de man toe en richt mijn blik dan met een frons weer op Pieter. “Hoe gebeurt dat aansluiten eigenlijk?”, vraag ik.

Gecertificeerde engineers

Pieter neemt me mee naar een grote handhole die staat opgesteld. Het ziet eruit als een grote bak met een boel kabels. Voor leken zoals ik staat er een vitrinekast naast de handhole die de verschillende soorten kabels en glasvezels laat zien. En bovenop de handhole is een paaltje met een soort flappen bevestigd. Pieter flipt behendig door de verschillende tabs, in sommige zit niets, in andere zitten heel dunne, gekleurde draadjes, soms voorzien van stickertjes met een cijfer. “Dit is een lascassette, die wordt beschermd door een waterdichte beschermkap, dat geheel noemen we een lasmof”, verduidelijkt hij. In deze tabs worden de uiteinden van de twee kabels aan elkaar gelast. Dat is onder meer wat er ’s nachts gebeurt tijdens werkzaamheden. “We besteden dit specialistische laswerk uit aan aannemers. Zij zorgen voor het verbinden van de kabels, maar dat moet wel gebeuren in een droge omgeving. Om te zorgen dat ze ook bij regen kunnen werken, zetten ze hun werkbus zo dicht mogelijk bij de plek waar de handhole in de grond zit, halen de lasmof eruit en zetten hem in hun bus om zo droog te kunnen werken.” Dat betekent wel dat er voldoende overlengte in de kabel moet zijn, om die afstand te overbruggen, vertelt Pieter. En het zijn niet altijd ideale werkomstandigheden, want de lassers werken altijd bij kunstlicht. Ik kijk naar de kleurrijke glasvezelkabel in de vitrine. “Hoe kunnen ze in zo’n donker busje al die verschillende kleuren onderscheiden?”, vraag ik. “Dat is inderdaad moeilijk en gaat soms mis”, zegt Pieter. “Maar we hebben een goed meldingssysteem, waardoor we fouten vaak snel kunnen opsporen. Alle mensen, zowel eigen medewerkers als medewerkers bij onze aannemers, die aan ons netwerk werken, zijn gecertificeerd. Zij moeten zich aanmelden in een systeem en aangeven welke werkzaamheden ze waar en wanneer uitvoeren. Daarnaast hebben ze een meldingsplicht als ze zaken aantreffen die niet kloppen en een risico vormen voor ons netwerk.”

Begrip voor files

Als ik afscheid neem van Pieter, mijn pasje inlever en het hoge hek weer uitrijd, duizelt het me. Achter die simpele druk op de knop waarmee mijn browser opent en ik contact maak met het bedrijfsnetwerk, zit een enorme fysieke infrastructuur van kabels, routers en switches. Wat een hels karwei is het om die twintigduizend kilometer netwerk te onderhouden en beheren. Ik begrijp ineens een stuk beter dat er soms, ergens op die enorme digitale snelweg wel eens een file ontstaat. En met dat in gedachten draai ik met een glimlach de A27 op, de file in.

‘Onderhoud is noodzakelijk voor de kwaliteit van het netwerk’

laat reacties zien
  1. Zeer leuk stuk om te lezen. Zoals een dienstverlener zijn zaken inricht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.